Pisa
Sinds 1987 is Pisa bijgeschreven op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. De roem van Pisa, die begon in de vroege Middeleeuwen, leidt rechtstreeks naar de beroemde scheve toren.
Een defect dat, op piazza dei Miracoli, een verdienste is geworden: de Scheve Toren is recentelijk opgenomen tussen de Zeven Wereldwonderen. Bijna onmiddellijk begon de toren scheef te staan, ten gevolge van de zandachtige natuur van de ondergrond.
Sinds deze onverwachte gebeurtenis heeft het beroemde monument de aandacht getrokken van Galileo Galilei, een inwoner van Pisa, die er juist dankzij zijn loodrechtheid in slaagde te bewijzen dat lichamen van verschillend gewicht met dezelfde snelheid in de ruimte vallen. Het religieuze verhaal zou zich snel mengen met het wereldlijke, kunst en wetenschap werden één.
Ondanks het feit dat hij geen universitaire studie had afgerond, ontving de wetenschapper een betrekking als wiskundeleraar op de Universiteit van Pisa.
Met de bouw van de toren is begonnen in 1173, als klokkentoren van de Duomo, een van de mooiste Romaanse kathedralen in Italië, die een eeuw eerder was gebouwd. Deze elegante en unieke toren heeft een van beneden af versierde cilindrische architectuur met zes orders van torentjes die boven, bij de kerkklokken uitkomen, waar de omtrek van de toren kleiner is dan die van de voet.
In 1944 werd Pisa gebombardeerd door zowel de geallieerden als het Duitse leger. Alle monumenten op nog geen tien meter van de toren, vielen als kaartenhuisjes ineen. Het meest instabiele en scheve monument ondervond in het geheel geen schade.
Vanaf 1999 is door middel van verfijnde stuttechnieken getracht er de natuurlijke val van tegen te houden. Nu is de toren met stalen kabels bevestigd aan tegenwichten, die echter niets afdoen aan de prachtige geschiedenis van deze toren. Volgens berekeningen zal de toren scheef blijven, maar is hij gered, tenminste voor de volgende 350 jaar.
Piazza dei Miracoli
Het plein voor de Duomo, de kathedraal van Santa Maria Maggiore, dankt zijn naam aan Gabriele D'annunzio, die het plein, vanwege de excentriciteit van het grootste architectonische complex van Romaans Europa, in zijn roman “Chissà che sì, chissà che no” uitgegeven in 1910, de naam Piazza dei Miracoli gaf.
Op een immens groen veld staan de Kathedraal met zijn laïsche klokkentoren (de Scheve Toren), het Baptysterium, het Camposanto. De symbolische betekenis van deze stadsjuwelen is gewenst duidelijk: men heeft de hele historische levenscyclus van de mens willen weergeven, van de geboorte tot de dood. Maar er is meer. De gebouwen zijn gesitueerd volgens het sterrenbeeld van de ram. Dit was echter geen bijgelovigheid, maar het instinct van de reden waarmee de bouwers hun hoofden vragend naar de hemel omhoog hieven, waar de doctrines samensmolten.
De Kathedraal is in Romaans-Pisaanse stijl gebouwd en werd een model voor alle kerken in Midden-Italië dankzij de destijds ongebruikelijke rijke versieringen en de horizontale marmeren strepen, ontleend aan de Arabische, Byzantijnse en Levantijnse culturen: exotisch en elders in de Toscaanse kunst overgenomen, dankzij de internationale aanwezigheid van de Pisaanse handelslui in die tijd (in de wijk Chinzica, met talrijke ateliers en marktjes, waren ooit Arabische en Joodse koopmannen gevestigd). Ook het ruimtelijke effect binnenin de kerk herinnert aan de Islamitische moskeeën.
Binnen bevinden zich de beeldhouwwerken van de plaatselijke meesters en beeldhouwers uit de dertiende eeuw Nicola en Giovanni Pisano.
Van Giovanni’s hand is de beroemde preekstoel, niet alleen omdat deze een van de rijkste en meest uitgebreide veertiende eeuwse vertellingen van het leven van Christus is, maar ook omdat voor het eerst de panelen licht gebogen zijn, wat aan de preekstoel een nieuwe cirkelvormige dimensie geeft.
De beste arbeidskrachten wisselden elkaar af en werkten samen aan de versieringen van de Kathedraal. Cimabue maakte er zijn laatste werk, een immens mozaïek van San Giovanni Evangelista; die net als de preekstoel geen schade heeft ondervonden van de verschrikkelijke brand die in 1595 de Duomo heeft verwoest.
Een andere preekstoel van gelijke schoonheid, ook Pergamo genaamd, is gemaakt door Nicola Pisano voor het Baptisterium, een rond religieus gebouw met een complexe versiering aan de buitenkant en een sobere inrichting binnen, met een parament van wit marmer en een mozaïekvloer. Andere artistieke schatten van het Baptisterium zijn gevestigd in het nabije Museo Nazionale del Duomo.